Het periodiek systeem is opgebouwd uit elementen/ atomen (atoom = Alle stoffen en materialen op aarde zijn opgebouwd uit moleculen en moleculen bestaan weer uit atomen. Atomen en moleculen zij dus eigelijk bouwstenen waar alles van gemaakt is). De elementen in het periodieksysteem zijn gerangschikt op massa, bovendien zijn de elementen die chemisch op elkaar lijken naast elkaar gezet en zij alle atomen voorzien van een nummer (Het atoomnummer).
Het periodieksysteem is verdeeld in horizontale regels, de perioden en verticale kolommen, de groepen.
Onder het schema staan ook nog een aantal elementen, deze zijn weggelaten omdat het schema anders te breed zou worden.
Een aantal groepen in het periodieksysteem hebben ook nog een andere naam. Bijvoorbeeld: groep1 = Alkalimetalen, groep17 = halogenen en groep18 = edelgassen.
Het periodieksysteem bestaat in totaal uit 2 stukken, waar alle elementen bij horen.
Stuk1, de metalen en Stuk2, de niet-ontleedbare stoffen /of niet-metalen.
Een periodiek systeem, zo vind je hem in de meeste scheikundige boeken: (door er op te klikken kun je zien welk getallen welke functie hebben in het systeem).
In het periodiek systeem staan alle elementen, alleen staat er niet zo uitgebreide informatie bij. Daarom zit er bij de meeste periodiek systemen nog een lijst met verderen details. (Door er op te klikken krijg je de hele lijst te zien)
Mendelejev heeft een aantal elementen uit het periodiek systeem ontdekt. Maar de meeste zijn door andere personen ontdekt. Wil je weten door wie? Kijk dan onder de categorie: Geschiedenis van de informatie of klik hier.
Grafische Voorstelling:
Je ziet hier vier grafische tekening die te maken heeft met het periodiek systeem, ze beelden alle vier iets anders uit maar zijn op basis van het idee van Mendelejev gerangschikt.
1) Hier zijn de torens de atomen, hoe hoger de toren hoe zwaarder de atoom is. (rechts op de voorgrond is het atoom waterstof afgebeeld.)
2) Hier zijn de atomen weer afgebeeld, alleen nu is de hoogte van de torens gebaseerd op de atoomdiameter. De diameter is gebaseerd op de lengte van de verbindingen die elementen kunnen vormen. De torens van de edelgassen zijn hier gelijk met de ondergrond omdat zij geen verbinding kunnen vormen.
3) De hoogte van de torens hangt op deze tekening af van de dichtheid van de elementen (in vaste fase). Let op de twee hoge torens op de achtergrond. Dit zijn de twee elementen Iridium en Osmium. Deze hebben dus een hele grote dichtheid.
4) Hoe hoger de toren hier hoe hoger de ionisatie-energie van de elementen is. De drie hoogste pieken op de achtergrond zijn de elementen Helium, Neon en Fluor.